Site pictogram Tilburgers.nl

De Helden van Willem II: Speler van de Eeuw, Jan van Roessel

‘De Helden van Willem II’ is een nieuwe zomerreeks op Tilburgers.nl waarin oud Willem II spelers en trainers voor het voetlicht komen. Speler van de eeuw Jan van Roessel staat nu centraal, na eerdere delen over trainer František Fadrhonc, Piet de Jong en doelman Chris Feijt

Clubicoon, de publiekslieveling, legendarische midvoor en  Willem II’er van de Eeuw. Slechts weinig spelers die ooit het rood-wit-blauw droegen hebben zo’n grote indruk achtergelaten als Jan van Roessel, die ook nog eens zes keer voor het Nederlands elftal uitkwam, waaronder bij de Olympische Spelen in 1952.

Jan van Roessel werd op 7 april 1925 geboren aan de Bosscheweg in Tilburg. De Tweede Wereldoorlog had zijn leven voor altijd kunnen verwoesten. Op de dag van de Duitse inval, 10 mei 1940, werd het huis van de Van Roessels getroffen door bommen van de aanvallers. De bedoeling was om de brug over het Wilhelminakanaal te verwoesten, maar de huizen van de families Van Roessel en Panis liepen averij op.  Dat heeft het leven van Jan van Roessel beïnvloed.

Hij kwam uit een echte LONGA-familie en gold als dé vedette van de club. Al op 15-jarige leeftijd debuteerde hij daar in het eerste elftal. De jonge midvoor maakte snel naam vanwege zijn vele doelpunten en bijzondere kopkracht. Zijn prestaties bleven ook buiten Tilburg niet onopgemerkt: op 16 juni 1949 debuteerde de topscorer van LONGA in het Nederlands Elftal. Mede dankzij twee doelpunten van Van Roessel won Oranje in Helsinki met 1-4 van Finland.

In 1951 haalde de Tsjechoslowaakse trainer dr.František Fadrhonc de midvoor naar Willem II. Dat was een uitermate gevoelige overstap. LONGA was de club van de ambtenaren en de klerken, terwijl rivaal Willem II de club van de elite was. Maar Van Roessel was niet vergeten dat LONGA eerder een transfer naar NAC had tegengehouden door bij de KNVB te melden dat de Bredanaren hem zouden betalen. Salarissen voor voetballers waren toen officieel nog een taboe en Van Roessel werd in eerste instantie voor twee jaar geschorst, een straf die later werd omgezet in één jaar. Het was een extra vreemde actie van LONGA omdat de ploeg Van Roessel ook al betaalde. Bovendien genoot hij vele privileges bij LONGA dat hem als een ster behandelde.

Bij Willem II groeide Jan van Roessel uit tot een groots speler. Hij behoorde tot “De grote vijf van Willem II” en onderdeel van “Nederlands meest gevreesde voorhoede”, volgens de Revue:  “Op de vleugels stormwind Piet de Jong en afstand-schutter Toon Becx en in het midden goalgetter en spelverdeler Jan van Roessel die werd omringd door de “vechtjassen” Sjel de Bruyckere en Rinus Formannoy als binnenspelers.”

In dat kampioensjaar ontstond er opnieuw interesse van andere clubs voor de Tilburgse midvoor. Ditmaal vanuit het buitenland. De Italiaanse clubs Sampdoria, Torino, Fiorentina en de Franse landskampioen Nice wilden Van Roessel inlijven en boden, voor die tijd,  enorme salarissen. De gewilde speler vertrok naar Italië voor contractbesprekingen bij Sampdoria, maar hij twijfelde. Vanwege een onbetrouwbare tolk, verklaarde zijn vrouw later.

Terug in Tilburg liep hij de trainer František Fadrhonc tegen het lijf die informeerde hoe het met hem ging. Dat gaf de doorslag om te blijven, hij kon de sympathieke Fadrhonc niet teleurstellen. Van Roessel zei later in een interview: “Fadrhonc was mijn tweede vader.”

In 1992 vertelde Van Roessel tegen Theo Reitsma:  “Op de kampioensreceptie van Willem II in hotel Riche zei het bestuur: “Kom mee naar boven, laten we eens praten.” Ik vond het aanbod van Willem II perfect. Want amateur, dat ben ik nooit geweest. Willem II heeft het met mij altijd heel goed voor gehad. Ik ben een echte Tilburgse jongen en ik had er goeie aard. Waarom zou ik naar Italië gaan als ik in Tilburg bij wijze van spreken miljonair kon worden. Ik was een tevreden mens en dat ben ik altijd gebleven.”

Zo kon Jan van Roessel in zijn geliefde Tilburg blijven wonen, waar hij overdag werkte als staalwever bij diverse textielfabrieken. Willem II zorgde ervoor dat Van Roessel niets tekort kwam. Hij kreeg zo’n 500 tot 700  gulden per wedstrijd, een groot bedrag in die tijd.

Met Van Roessel in de spits werd Willem II in 1955 opnieuw landskampioen en de veelscorende midvoor groeide uit tot het symbool van het succesvolste elftal in de geschiedenis van de club. In 169 wedstrijden wist Van Roessel liefst 152 keer te scoren. Daarnaast kwam hij zes keer uit voor het Nederlands Elftal, waarin hij vijf keer doel trof.

In 1958 stopte Van Roessel met voetballen vanwege een ernstige knieblessure. Nadat de textielindustrie in Tilburg teloorging kreeg hij later een vaste baan bij Melis Gieterij waar hij veertien jaar werkte.

Jan van Roessel bleef ‘zijn club’ Willem II de rest van zijn leven nauw volgen. Hij bezocht de thuiswedstrijden en genoot van de waardering die hij kreeg als hij onder de supporters kwam. Zo ging hij in 2004 op uitnodiging van jongere fans zelfs mee naar een uitwedstrijd tegen De Graafschap. In 1999 werd Van Roessel uitgeroepen tot Willem II’er van de Eeuw.  Op 3 juni 2011 overleed de legendarische midvoor in Tilburg, de stad die hij altijd trouw bleef.  Sinds 2011 zijn er plannen om een standbeeld voor Jan van Roessel te realiseren. Per 4 augustus 2014 staat er 17.539 euro op de rekening daarvoor 40.000 euro is het streefbedrag.

Hieronder een interview met Jan van Roessel en Piet van Bladel over het kampioenselftal van 1955

Mobiele versie afsluiten