Site pictogram Tilburgers.nl

Gabe van der Zee (PvdA): “Toen ik klein was, wilde ik de wereld gaan redden.”

het-jaar-013_blauw_rood_RGBIn het eerste kwartaal van 2013 interviewden we 13 mensen uit Tilburg over hun visie. In deze ‘13 Visies op de Stad 013’ kwamen bekende en onbekende Tilburgers aan het woord over hun werk en leven en waar zij zoal in de stad tegenaan lopen.
In deze tweede serie van 13 interviews vragen we 13 Tilburgse politici om op deze visies te reageren. Zijzelf kiezen één van de visies en wijzelf kiezen er ook één voor hen uit. Alle 13 zitten nu in de raad en willen graag bij de verkiezingen in maart 2014 weer herkozen worden.

Gabe van der Zee (PvdA): ""
Gabe van der Zee (PvdA)

Gabe van der Zee is op dit moment fractievoorzitter van de PvdA, dat 11 zetels in de gemeenteraad heeft. We ontmoeten hem thuis aan het eind van een warme zomerdag. Hem leggen we de visie voor van Leon Vermeulen over armoede.

“Wat ongelooflijk dat hij het gehaald heeft en uit de schulden komt. Dit zijn de dingen waar het wat mij betreft om draait. Nu is het zeker niet zo, dat iemand eerst in de media moet komen om geholpen te worden, beslist niet. Leon heeft zelf een e-mail gestuurd en om hulp gevraagd en Jan Esman heeft hem toen geholpen om een bijdrage aan te vragen bij het Ondersteuningsfonds.”

Leon-Vermeulen
Leon Vermeulen: “Ik heb er bewust voor gekozen om niet in de schuldhulpverlening te gaan”

“Met het Ondersteuningsfonds ging het in het begin ook moeizaam. We gaven 150.000 euro uit aan kosten en slechts 40.000 euro kwam bij de mensen terecht. Ik vind het super dat we uiteindelijk wel wat meer mensen hebben bereikt, maar veel ook niet. Daarom begrijp ik niet waarom Leon Vermeulen geen schuldhulpverlening wil, maar het is zijn keus en die kan ik niet beïnvloeden. Dan denk ik wel: “Kom op, je doet wat voor de samenleving, je hebt KART opgericht, dan mag je ook wel wat terug vragen.”

“Als iemand 20 jaar lang in de schulden zit, zoals hij, dan moeten we als overheid een handje helpen. Niet door iemand bij de hand te nemen, maar door een duwtje de goede kant op te geven.”

“Wel is het zo, dat we niet iedereen zien, die in de problemen komt. Ik ben een domineeszoon met een calvinistische opvoeding. Als klein jongetje wilde ik de wereld veranderen en ik zou iedereen willen helpen. Maar dat kan ik niet. We hebben 15.000 gezinnen die in de problemen zitten, en daarvan hebben we er 4.000 niet in beeld. Zoveel mensen die we niet kunnen bereiken… vind die mensen maar eens. Ik weet niet hoe ik die mensen moet bereiken. We moeten trucs bedenken om met die mensen in contact te komen. Dat is meteen ook mijn grootste frustratie: we hebben allerlei regelingen, maar die helpen niet omdat we de mensen voor wie ze bedoeld zijn, niet kunnen vinden.”

“Het heeft er ook mee te maken, dat mensen elkaars taal niet spreken. De professionals die de mensen te woord staan, hebben een hele andere manier van spreken dan de mensen die voor hulp aankloppen, ze begrijpen elkaar vaak gewoon niet. En dan zijn er nog veel professionals die niet weten wat ze moeten doen, de wegen en regels zijn zo moeilijk dat ook zij het vaak niet weten. De regelgeving is te ingewikkeld. Er is nog een lange weg te gaan.”

“Leon Vermeulen zei: “Het is logisch dat wanneer je gebruik moet maken van de Voedselbank, dat je dan ook in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentelijke belasting komt.” Zou je dat willen veranderen?” Gabe: “We zijn wel bezig met het vereenvoudigen van regels, maar het gaat heel langzaam. We leven in een controle-maatschappij, waarin we voor alles een formuliertje nodig hebben. Dit wil ik doorbreken. We moeten inderdaad naar één loket waar mensen terecht kunnen. De inzet van gezinsreggiseurs is daar een voorbeeld van, zoals nu wordt getest met de WMO en in de wijk Groenewoud. De bedoeling is, dat er nog maar één hulpverlener bij een gezin over de vloer komt, die alle hulp in een gezin coördineert. Want als er 31 mensen langs komen, kom je als mens nooit in je eigen kracht. Als we mensen weer in hun kracht kunnen zetten, doen we het goed.”

Ton Hendriks: “Vroeger werden deze mensen in een hoekje gedouwd, weggestopt. Wij halen ze terug”

Ton Hendriks is zo iemand die mensen in hun kracht weet te zetten door ze te laten doen wat ze kunnen. Dat is geweldig. Zelf werk ik op de universiteit, ik ben daar hoofd facilitaire dienst. Het sleutelbeheer was daar altijd een enorme puinhoop. Nu hebben we een man van Diamant ingehuurd, die alleen als taak heeft om alle sleutels van de gehele universiteit te beheren. Het sleutelbeheer is nog nooit zo goed geweest! Op die manier krijgen mensen kansen om te doen waar ze goed in zijn.”

“Hoe kunnen we iemand als Ton Hendriks als overheid stimuleren? Daar ben ik nog niet uit. Alleen geld er tegenaan gooien is de oplossing ook niet. Ik vind het ook knap dat hij het geduld kan opbrengen om met deze mensen te werken. Als overheid moet je dit waarschijnlijk samen met Amarant oppakken. Samen optrekken, maar niet bureaucratiseren. Net als bij de keukentafelgesprekken, moet je mensen zelf laten vertellen wat ze nodig hebben.”

“Voor wat betreft werkgelegenheid gaat de discussie vooral over de groep mensen die nooit meer aan het werk kan, het ‘granieten bestand’. Die mensen laten we nu vallen, maar daar moeten we iets mee. De I&D was het antwoord ook niet. De I&D was alleen goedkoop voor werkgevers en het leidde tot geen of weinig uitstroom. Die regeling is vooral misbruikt. Maar nu hebben we mensen die thuis zitten en waar we niks voor doen.”

“Voor de groep arbeidsgehandicapten moeten ook werkgevers een bijdrage leveren. Dat kun je ze best vragen, want ze willen ook graag een weg naar hun bedrijf en subsidie voor allerlei zaken. Maar ze hebben ook een verantwoordelijkheid voor de samenleving.”

“De visies van Leon Vermeulen en Ton Hendriks ga ik allereerst gebruiken voor het verkiezingsprogramma dat nu in de maak is, maar ook om een antwoord te vinden voor hoe het beter kan. Auke is nog maar een jaar wethouder en is daar ook nog naar op zoek en we trekken dezelfde lijn. Op de nieuwe verkiezingslijst moeten we ook mensen hebben als Jan Esman, die wel dezelfde taal spreekt en mensen kan bereiken. De lijsttrekkersverkiezing heb ik net niet gewonnen, dat klinkt toch beter dan ‘net verloren’. Als je ziet hoeveel mensen me gesteund hebben… dat geeft me wel een drive om door te gaan. Maar bij ons bepaalt de partij waar ik terecht kom. Ik zei al: “Toen ik klein was, wilde ik de wereld gaan redden.” Daar had ik dus eigenlijk minister-president voor moeten worden, maar dat gaat me niet meer lukken. Wethouder worden zou ik geweldig vinden. Als ik de kans krijg: “Ja!””

“Maar de fractie voorzitten doe ik met net zoveel plezier. Raadslid ben je in je vrije tijd, dat is soms redelijk slopend. Maar aan de andere kant: In mijn werk verveel ik me redelijk snel als ik lang hetzelfde doe. Een grote fractie is best hard werken, want je moet alle ballen in de lucht houden. Het is bijzonder om de grootste fractie in de raad te zijn, daar wordt toch anders naar gekeken. En het is een boeiende, maar ingewikkelde fractie. In een baan kun je iemand vaarwel zeggen, als hij of zij niet functioneert, maar in de politiek niet. Gekozen is gekozen.”

“Maar eerst krijgen we in november de begroting voor het volgende jaar en moeten we concreet invullen wat we gaan doen en hoe. Daar gaan we het zeker ook over deze dingen hebben en daarover komen we nog met concrete voorstellen, waar we nu aan werken.”

Mobiele versie afsluiten