Site pictogram Tilburgers.nl

Herplaatsing reële optie

Gastbijdrage van Herman Fitters.

Het standbeeld van Petrus Donders in het Wilhelminapark: Foto John Geerts

”Zo’n beeld, zo denigrerend, zo racistisch bijna, dat kan toch niet meer in 1992? Dat ontsiert de naam van Peerke Donders toch ook? Of niet soms!?” Dit schreef Alfred de Weert dertig jaar geleden in Het Nieuwsblad over het standbeeld in het Wilhelminapark. Hij had een vooruitziende blik. Anno 2022 staat het beeld er nog en is de ontsiering toegenomen. Herplaatsing zou daarom verstandig zijn. Tilburg heeft een uitgebreide traditie in het herplaatsen van monumenten. Kunsthistorisch en juridisch zijn er geen belemmeringen. We hoeven er dus niet dramatisch over te doen.

Historisch perspectief

Terwijl de gemeenteraad nader onderzoek wil naar het koloniaal verleden van onze stad vraagt de wethouder van integratie zich in alle openheid af of we het Standbeeld Petrus Donders wel moeten duiden in historisch perspectief. ‘Dat gaat niet leiden tot wat we willen’, zei hij, daarbij doelend op een inclusieve stad. Welke angst spreekt hier uit, vraag ik me dan af. Toch niet de desintegratie van de stad? Het is een illusie te denken dat de weg naar inclusiviteit bewandeld kan worden zónder moeilijke vragen, zonder ruimte te maken voor een ander, zonder pijn.
Voor inclusiviteit is een historisch perspectief noodzakelijk. En dan bedoel ik niet een kunsthistorisch perspectief, dat is te beperkt. Het gaat om de doorwerking van koloniaal en neokoloniaal verleden. Ook het religieuze perspectief is te beperkt. Terecht zei de bisschop van Paramaribo in een dialoog met nakomelingen van gevluchte slaven (marrons) dat de kerk haar geschiedenis zo waarheidsgetrouw mogelijk dient te herschrijven. Waar sprake is van maatschappelijke kansenongelijkheden is een duik in de geschiedenis noodzakelijk voor heling.[1]

Bij het Dondersbeeld betreft de kritiek niet een persoon, ook niet een geloof, maar een verbeelding: de versteende ongelijkheid, het racistische en het ahistorische ervan. Terecht doen criticasters een beroep op mensenrechten, zoals gelijkwaardigheid en gewetensvrijheid (vrijheid van religie). Op het moment echter dat verzocht wordt om een respectvolle representatie en ‘historisch rechtsherstel’, zoals UCF-Tilburg vorig jaar deed in een brief aan het College, wordt de geschiedenis toch weer toegedekt.[2] Conservatieven dekken koloniale geschiedenis graag toe. Degenen die vooruit streven benadrukken juist het historisch perspectief.

Tilburgse traditie

Discussie over het standbeeld Petrus Donders wordt vaak verengd tot behouden of verwijderen. Maar dat is te kort door de bocht. Behouden is oké, de vraag is alleen op welke plek en hóe zetten we het beeld in zijn historische context. En verwijderen is geen vernietigen. Beelden omsmelten doen ze in de Verenigde Staten.[3] De meeste Tilburgers zijn genuanceerder en bedoelen óf de uitstraling van het beeld wijzigen óf herplaatsen. In de dialoogsessies die in het voorjaar van 2021 zijn georganiseerd door LocHal/Stadsmuseum kwam dit goed tot uitdrukking. De Reinwardt Academie beschrijft in haar eindrapportage over deze bijeenkomsten dat er afnemend animo is voor een uitlegbordje -dat altijd van tijdelijke aard zal zijn- en toenemend animo voor herplaatsing.[4]

Herplaatsen van (rijks)monumenten is een goed gebruik in Tilburg. We kunnen zelfs spreken van een traditie. Het standbeeld van Willem II (een rijksmonument) is al twee keer herplaatst. Het monument van Bisschop Zwijsen op zijn stoel voor het Paleis-Raadhuis werd in 1967 verwijderd, maar zijn beeltenis werd in 1972 herplaatst langs de zijkant van de Heikese kerk. Het gedenkteken van de Prinses Irenebrigade is twee keer herplaatst en diverse andere tweede wereldoorlogsmonumenten idem. Ook het standbeeld Petrus Donders is al eens herplaatst, ruim twintig meter, in 1958, omdat het in de weg stond op het kruispunt. Tilburg heeft er dus wel ervaring mee.

5 Juli 1958. Herplaatsing standbeeld Petrus Donders i.v.m. herinrichting van het verkeersknooppunt; meer dan 23 ton aan brons en steen rolt langzaam met wieltjes over houten balken richting een diepe kuil, gegraven tussen drie bomen. (Bron: Nieuwsblad van het Zuiden / Nieuwe Tilburgsche Courant)

In dit verband is vermeldenswaardig dat de twee originele hertenbeelden bij de hoofdingang van het Wilhelminapark tijdens de oorlog zijn weggehaald. Uit voorzorg. Ze zijn echter nooit teruggeplaatst. Oók niet bij de herinrichting van het park in 1996. ‘Tijden veranderen en nu hebben we andere behoeften en wensen’ rapporteerde het Amsterdamse Landschapsarchitectuurbureau B+B hierover aan de gemeente. Zo ging dat. Het Dondersbeeld bleef bij de herinrichting gehandhaafd op haar onmogelijke plek, vanwege een zware katholieke lobby.

Boven: Originele zinken hertenbeelden bij de ingang van het Wilhelminapark, 1898 (Bron: RAT)
Onder: Bisschop Zwijsen voor de toegang van het paleis van Willem II, 1933 (schilderij depot Stadsmuseum, foto Monique Verheijen)

Rijksmonument

De rijksmonumentale status blijkt juridisch geen enkele belemmering voor herplaatsing, al wordt door sommigen graag anders beweerd. De Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed (RCE) heeft in 2018 in een beoordelingskader de randvoorwaarden voor herplaatsing aangegeven.[5] Het kan, zolang er maar een goed plan gemaakt wordt voor behoud. De gemeente Tilburg kan na herplaatsing de financiële zorg (onderhoudskosten) blijven dragen en de status als rijksmonument kan behouden blijven. De beslissing is gemeentelijk.
Een belangrijk inhoudelijk punt waarom het kan is dat het beeld geen enkele samenhang vertoont met het Wilhelminapark. Het parkontwerp (1898) is veel ouder dan het standbeeld (1926). Landschapsarchitect Springer heeft geen rekening gehouden met een dergelijk monument. Daarom staat het beeld nu als een puist op een uithoek van het park. ‘Landschappelijk, stedenbouwkundig of functioneel’ vormt het dus absoluut geen noodzakelijk geheel.
De enige verbinding die het standbeeld heeft met de huidige locatie is dat de financierders van het beeld, de fabrikanten, er omheen woonden. Het was zogezegd hun voortuin en zij wilden het daar hebben. Donders zelf kwam nooit in dit park, stelt ook Petra Robben van Stadsmuseum Tilburg in haar onderzoek uit 2020.[6] Er hebben sinds de oprichting van het beeld nooit enige activiteiten in het Wilhelminapark plaatsgevonden rondom ‘Peerke’, laat staan verering. Voor cultuurhistorici en erfgoedspecialisten valt de huidige locatie dus bepaald niet onder ‘lieux de contact’, of ‘lieux de mémoires’.

Cultuurhistorische context

De belangrijkste cultuurhistorische context van het beeld bevindt zich elders in de stad, met name in Tilburg-Noord: Donders’ geboortegrond op de Heikant (eigendom van de redemptoristen, de orde waar Donders toe behoorde) en ook het grondgebied van de Goirkese kerk in Oud-Noord, waar Donders kerkte (eigendom van het bisdom). Dat zijn de relevante contact- en herinneringsplaatsen. Dáár komt het beeld tot zijn recht, kan het toe zonder gemeentelijke uitleg en kan het tot in lengte van dagen bewaard en bezichtigd.
Het is belangrijk dat het college -hiertoe opgeroepen door de gemeenteraad- herplaatsing serieus neemt en het gesprek erover aangaat. Niet alleen met de (door haar gesubsidieerde) kunstsector, maar ook met de religieuze instellingen.[7]

Het KunstLoc zou om een onafhankelijk advies gevraagd kunnen worden. De religieuze gesprekspartners wonen helaas niet in Tilburg. Algemeen overste van de orde der redemptoristen is de Canadese pater Michael Brehl. De verantwoordelijke van het bisdom Den Bosch is bisschop Gerard de Korte. Zij hebben gelukkig wel een brievenbus en zijn aan te schrijven. Een handreiking van deze vertegenwoordigers van de Rooms-katholieke kerk zou wel helpen om een positieve, conservatieve oplossing te vinden: herplaatsing van openbaar naar privaat terrein.
Zo niet, dan rest een plaatsje in museumland. Want een museaal object is de beeldengroep zeker. Het zou dan geplaatst kunnen worden in een toekomstig, fysiek Tilburgs’ stadsmuseum (jaartal onbekend) of in de nog op te richten ‘nationale museale voorziening slavernijverleden’ in Amsterdam (2025). De Gouden Koets is Tilburg al voorgegaan. Voor de monarchie is die koets maar een kleinigheidje; het koningshuis blijft heus overeind. Evengoed zal ‘Peerke’ als erfgoedpersonage in onze stad blijven voortbestaan. Niet ondanks, maar eerder dankzij een passende herplaatsing. Het zou van Tilburg weer een mondiale stad maken, waar iederéén trots op kan te zijn.

[1] https://www.diaconie.com/themas/slavernij/
[2] open-brief-meerstemmigheid-beeldengroep-wilhelminapark/
[3] https://www.cbsnews.com/news/robert-e-lee-statue-charlottesville-
[4] https://erfgoedtilburg.nl/upload/items/Verslaglegging
[5] https://www.cultureelerfgoed.nl/binaries/cultureelerfgoed/
[6] https://www.brabantserfgoed.nl/standbeeld-peerke-donders
[7] Notie vreemd aan de orde van de dag Punt 13

Mobiele versie afsluiten