Site pictogram Tilburgers.nl

Jacqueline Gerssen (VVD): “Ik zou graag willen dat meer mensen een passie hebben voor Tilburg”

het-jaar-013_blauw_rood_RGBIn het eerste kwartaal van 2013 interviewden we 13 mensen uit Tilburg over hun visie. In deze ‘13 Visies op de Stad 013’ kwamen bekende en onbekende Tilburgers aan het woord over hun werk en leven en waar zij zoal in de stad tegenaan lopen.
In deze tweede serie van 13 interviews vragen we 13 Tilburgse politici om op deze visies te reageren. Zijzelf kiezen één van de visies en wijzelf kiezen er ook één voor hen uit. Alle 13 zitten nu in de raad en willen graag bij de verkiezingen in maart 2014 weer herkozen worden.

jacqueline gerssen
Jacqueline Gerssen

Jacqueline Gerssen, sinds 2010 raadslid voor de VVD, is een bevlogen politica, al vindt ze zelf het woord politica niet van toepassing. “Ik wil graag letterlijk gezien worden als volksvertegenwoordiger” zegt ze bij onze eerste afspraak voor dit interview, dat uiteindelijk over twee zaterdagmiddagen gespreid werd, want ze heeft een uitgesproken mening en neemt geen blad voor de mond. Beide keren treffen we Jacqueline in wijkcentrum ‘In De Boomtak’, waar ze vooral geïnteresseerd is in de bedrijvigheid van mensen die met allerhande activiteiten bezig zijn. Ze geeft aan dat ze probeert efficiënt met haar tijd om te gaan en alleen datgene te doen wat effect gaat hebben, want een raadszetel combineren met een gezin en een veeleisende baan vraagt om doeltreffend bezig zijn.

Interviews geeft ze eigenlijk nooit, dus dit is een uitzondering. “Want jullie zijn zo gedreven en doen alles vanuit jullie eigen enthousiasme en overtuiging.” waarna ze snel begint te vertellen: “De beste manier om sociaal te stijgen is het hebben van werk. In deze tijd van recessie verliezen veel mensen hun baan en belanden steeds meer Tilburgers in een uitkering. In vakjargon worden dit de ‘mensen in de kaartenbak’ genoemd. Meer werkzoekenden, veel openstaande vacatures en tegelijkertijd steeds meer in de regio werkzame Polen. Dit is op zijn minst een vreemde ontwikkeling.”

“Grofweg kun je zeggen dat in Nederland 1 miljoen mensen werken bij de overheid of semi-overheid de ‘publieke sector’, 6 miljoen mensen werken in het bedrijfsleven en 10 miljoen mensen niet werken. Die 6 miljoen mensen in de bedrijven zijn dus hofleverancier van onze schatkist, genereren geld voor de rest, doordat ze iets maken, iets toevoegen waar behoefte aan is. ‘Iets maken’ gebeurt steeds minder, de rest is alleen maar bezig met management en dienstverlening. Ik snap niet dat mensen voldoening halen uit het alleen het rondschuiven van papiertjes tegen relatief hoge beloningen.”

“Bijvoorbeeld. Mensen krijgen een baby, naar mijn idee één van de mooiste dingen die kunnen gebeuren in je leven. Die baby brengen ze vervolgens ergens naartoe, met de hoogste eisen en tegen zo min mogelijk kosten, om dan ergens papieren rond te schuiven. Omdat ze dat moeten, voor hun status, want je telt niet mee als je geen baan met een goed salaris hebt. Je kunt ook kiezen om zolang in een goedkoop flatje te wonen, maar die keuze maken ze niet omdat materiële zaken vaak belangrijker worden gevonden. Als je ondernemend bent, ben je altijd op zoek om jezelf te redden. Vrijheid betekent voor mij dat je kunt kiezen hoe je je leven wilt inrichten. Niet iedereen heeft die vrijheid, daar ben ik mij terdege van bewust. Op 23-jarige leeftijd had ik twee kinderen. Onze diploma’s hebben we naast werk en gezin voornamelijk in de nachtelijke uren en weekenden behaald. Tropenjaren waren het, maar werken aan een betere toekomst gaat nu eenmaal niet over rozen. Het kost inspanning, maar daar krijg je ook wat voor terug : vrijheid.”

“Lange tijd is een kantoorbaan het grote ideaal geweest, maar de waardering voor vaktechnische beroepen zal terugkeren. Kijk maar om je heen, alles wat je ziet is uiteindelijk geproduceerd op de werkvloer en niet bij elkaar gebrainstormed aan een veelal glanzende, mahoniehouten vergadertafel. Het bijdragen aan een product of dienst waar in de markt echt behoefte aan is, en ik spreek uit ervaring, is in mijn ogen uitermate bevredigend. Het is moeilijk voor te stellen, maar arbeidsmarktdeskundigen voorspellen dat op zeer korte termijn in onze regio een groot tekort aan personeel gaat onstaan. Het is dus van het grootste belang dat nú wordt geïnvesteerd in mensen die nu ‘thuis’ komen te zitten. Aan technisch opgeleide mensen komt binnen afzienbare tijd een tekort en er is alles aan gelegen om nu al mensen klaar te stomen voor technische beroepen.”

“Werkgevers, het woord zegt het al, ‘geven werk’. En daarvoor moeten ze geld genereren, anders hebben ze geen geld om voor dat werk te betalen. Logisch. En natuurlijk maken die gebruik van regelgeving om geld te verdienen en wel zo gunstig mogelijk. Ook La Poubelle deed dat, door gratis arbeidskrachten of goedkope I&D-ers in dienst te nemen. Daar zit ook de start van de fout: niks is gratis. Geld van de provincie, of de landelijke overheid en ook Europees geld, zoals ESF-subsidies, is óók ons geld. Ons belastinggeld. Eigenlijk doen we als gemeenteraad niks anders dan beslissen over geld. Niks is zo makkelijk als het geld uitgeven van iemand anders. Belastinggeld moet je goed besteden, want het is niet van jou als je raadslid bent of bij de overheid werkt. Dat geld moet renderen, iets opleveren. In de gemeenteraad wordt meestal geredeneerd: als iets belangrijk is, kost het meer geld. Maar die redenering gaat alleen op als je het over infrastructuur hebt: wegen, water en spoor. Infrastructuur zijn de aderen van de stad en de economie, net als een bloedsomloop, als dat vast loopt gaat het mis.“

Ton Wilthagen: “Een bedrijf is geen banen-pinautomaat”

De Startersbeurs van Ton Wilthagen is een prima middel, want werken leer je alleen met werk. Laat een ‘zoekende’ werkgever tegen een gereduceerd tarief een ‘starter’ kennen en grote kans dat ze er beide samen uitkomen. Die jongeren die van school komen, dat is de belangrijkste groep. Die moeten meteen hun opleiding in de praktijk kunnen brengen en stages zijn heel belangrijk. Zo’n gebouw waar mensen ‘s ochtends naar binnen gaan, wat doen die daar de hele dag? Het is goed om de binnenkant van een bedrijf te ervaren. Een stage is een kans om je competenties te laten zien. Aan de andere kant: vacatures voor systeembeheerders, die er ook in staan, horen daar niet in thuis. Voor systeembeheerders is altijd werk. In dat geval is de Startersbeurs nog goedkoper dan de laagstbetaalde zzp-er. De Startersbeurs moet zich uiteindelijk nog bewijzen, er zijn altijd haken en ogen aan zo iets en die moet je oplossen. Daarom moet je eerst modder aan je poten hebben voordat je bedenkt hoe het moet en het doel voor ogen houden. De Startersbeurs is een middel, niet het doel en het doel moet je meten. Na een halfjaar moet je een werkgever ter verantwoording roepen, zodat je te weten komt waarom iemand na de stage wel of niet in dienst wordt genomen. Het gaat tenslotte om belastingcenten en die zijn niet gratis! Anders zijn we weer teveel bezig met het middel.

Waar ik zo boos om wordt is, dat in de politiek en overheid het middel een doel wordt. Bijvoorbeeld de website ‘werk.nl’ van het UWV, dat is een middel om mensen aan het werk te krijgen, maar het UWV maakt het tot doel. Als je niet wílt werken, dan ook geen duur re-integratietraject voor jou, want dat zou dan toch weggegooid geld zijn, maar voor mensen die graag willen werken moet doeltreffende begeleiding worden geboden áls dat nodig is. En niet alleen hulp bij het aanklikken van de juiste vinkjes op de website van het UWV zodat je uitkering niet in gevaar komt, maar juist hulp bij het zoeken en vinden van de juiste baan of leerwerkplek. Voor mensen die echt niet kúnnen werken, dient gewoon goed gezorgd te worden. Dát maakt ons een beschaafd land. Het UWV streeft volledig het doel voorbij als ze mensen straffen met een korting op de uitkering omdat ze vrijwilligerswerk doen. Het UWV drukt mensen steeds opnieuw terug in een hoek, door op angst te spelen in plaats van mensen aan een baan te helpen.”

“Een voorbeeld. Het Ondersteuningsfonds is vooral een noodfonds, dat is éénmalig en dat moet het ook blijven. Het is geen armoedefonds en zo is het ook niet bedoeld. Niet zo lang geleden leken er in Nederland bezuinigingen te worden doorgevoerd waardoor een kans bestond dat mensen getroffen konden worden door een stapeling van bezuinigingen. De Tilburgse politiek bedacht een éénmalig noodfonds van 750.000 euro, juist voor de Tilburgers die dreigden hierdoor getroffen te gaan worden. Uiteindelijk is die stapeling van bezuinigingen door de val van het kabinet niet doorgegaan, maar is dit noodfonds wél blijven bestaan. Het oorspronkelijke doel is verdwenen, maar het middel is blijven bestaan. Dit is een voorbeeld van hoe belangrijk het is om aan subsidiegelden een duidelijk doel te koppelen. Dat is namelijk nodig om te kunnen controleren of het hiervoor gereserveerde geld genoeg is om het doel te bereiken.”

“Een ander voorbeeld uit het verleden zijn de I&D banen, ofwel de instroom en doorstroom banen. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt konden met een tijdelijke subsidie in dienst worden genomen door een werkgever. De overheid betaalde een groot deel van zijn loon zodat de werkgever deze I&D-er voor een bepaalde tijd risicovrij kon inwerken om uiteindelijk deze werknemer volledig in dienst te nemen. De stap van het volledig in vaste dienst nemen is door de werkgevende instanties in Tilburg echter nooit genomen. Veel I&D-ers werden jaar na jaar tegen een verlaagd tarief in dienst gehouden en het eigenlijke doel van de regeling, een betaalde baan, werd niet behaald. Sterker nog, toen in Den Haag de regeling werd geschrapt, werd in Tilburg extra geld beschikbaar gesteld om deze I&D-ers in deze situatie te behouden, zonder vaste betaalde baan, maar in een verkapte subsidieregeling. Ook hier werd het middel, de I&D regeling, het doel. Uiteindelijk waren de I&D-ers de klos, zij werden juist tegengehouden om door te stromen.”

“En nu gaan we werkgevers ineens verplichten om 10% mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Waar zijn we mee bezig? In 2011 heb ik in mijn rol als raadslid aan wethouder Jan Hamming, de voorganger van Auke Blaauwbroek, gevraagd wat de uitstroomcijfers zijn van reïntegratietrajecten. Hoeveel mensen die door een re-integratiebedrijf worden begeleid, vinden nu daadwerkelijk door deze hulp een baan?. Heel logisch eigenlijk, je wilt toch als gemeente de hoogste return on investment? In Den Bosch worden alleen re-integratiebedrijven door de gemeente ingeschakeld die een uitstroompercentage kunnen aantonen van 70% of meer. Uiteraard was ik heel verbaasd toen mij achteraf op de wethouderskamer werd verteld dat die uitstroomcijfers in Tilburg niet bekend waren, maar dat er wel aan werd gewerkt om dit inzichtelijk te maken…. Óf de cijfers er nu al zijn? Ik betwijfel het!”

“De term die steeds in me opkomt als ik dit soort zaken tegenkom is ‘losgezongen’, omdat er plannen worden gemaakt op kantoortjes, op papier gezet en gevierd door bobo’s met prosecco’s en handjes schudden en die vervolgens geheel los staan van de werkelijkheid en het effect van al die ideetjes is bizar teleurstellend. Het tekent de afstand tussen de politiek en de mens die de stad maakt, de bewoners en dat verschil wordt steeds groter.”

“Je bezigheden als raadslid zijn uiteindelijk voor een belangrijk deel ook ceremonieel. En er zijn soms momenten waarop oppositie voeren leuker lijkt dan coalitiepartij zijn. Maar feit is dat de VVD in Tilburg een coalitiepartij is. Dat betekent dat veel van ons lokale VVD programma is vastgelegd in het coalitieakkoord en dat is een goede zaak. Zo krijg je als politieke partij wel dingen voor elkaar. Neemt niet weg dat er agendapunten voorbij komen waarbij ik mezelf afvraag: “Ben ik écht hiervoor gekozen? Vindt de Tilburgse stemmer het echt belangrijk dat ik een politieke mening heb over het al dan niet plaatsen van kooktoestellen?” Alle tijd en moeite die door ambtenaren gestoken wordt in dit soort ‘geneuzel’ kan mijns inziens beter gestoken worden in het klantvriendelijker maken van onze gemeentelijke diensten. Het grootste deel van het Tilburgse bedrijfsleven is MKB, midden- en kleinbedrijf en juist die lopen bij de gemeente tegen muren op met vaak onzinnige regelgeving en vergunningen. Er zijn maar weinig onderwerpen waarbij ik denk “Ja, daarvoor ben ik hier”.”

Niek van den Broek: “Als iets in Tilburg lukt, lukt het overal!”

“De Tilburgse economie is zeer aantrekkelijk, alles tussen de A58 en de A59 is geweldig! Tilburg is een stad van winnaars, net als New York, mijn andere favoriete stad. Als het in Tilburg niet lukt, lukt het nergens. Wat dat betreft ben ik het helemaal eens met Niek van den Broek, van Hotel Mercure. We hebben in Tilburg alles: logistiek, arbeidskracht, universiteit, zorg, veel nieuwe ontwikkelingen. Ondernemers moeten meteen aan Tilburg denken als ze een vestigingsplaats zoeken. Een goed voorbeeld hiervan is de recente vestiging van Tesla. Tesla is een pareltje. Uit alle landen en regio’s van Europa, kiest dit bedrijf ervoor om zich te vestigen in ons land, in onze regio, in onze gemeente. Wat een ongelofelijke spin-off zal deze vestiging hebben voor onze regio. Denk aan Tilburg, ‘the electric city’, ontzettend interessant voor andere bedrijven om zich juist door de aanwezigheid van zo’n bedrijf, in onze regio te willen vestigen. Uit onderzoek is gebleken dat iedere arbeidsplaats voor een hoger opgeleide maar liefst vijf extra arbeidsplaatsen oplevert voor bijvoorbeeld schoonmaakbedrijven, reclamebureaus, garagebedrijven et cetera.”

“Het is zo jammer dat de gemeente maar acht accountmanagers heeft, die bedrijven zoals Tesla naar Tilburg halen, terwijl we wel 80 communicatie-medewerkers hebben. Om grote werkgevers naar de regio te halen moet het college lobbyen. Eigenlijk zouden we alle burgemeesters in de regio moeten laten rijden in een Tesla. Waarom niet? Die vorm is geweldig! En ook Willem II, als ze weer in de eredivisie spelen en Europees gaan voetballen, allemaal in een Tesla. Daar zijn zowel Willem II als Tesla bij gebaat, maar dat doen ze zelf wel, hoef je je als overheid niet mee te bemoeien. De gemeente moet niks sponsoren en wegblijven van betaald voetbal.”

Roland Samuels: “Jezelf in je eigen kracht zetten. Dat wil ik ook andere mensen leren”

“Daarnaast zijn er in Tilburg ook bijzonder succesvolle initiatieven door gedreven Tilburgers die vinden dat de gehele re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt veel beter kan en het vervolgens gewoon zélf gaan organiseren. Neem jullie eigen stichting ‘Social Energy’. Jullie weten mensen te motiveren om uit hun schulp te kruipen door ze bewust te maken van wat ze wél kunnen. Gelukkig hebben jullie aan verwaarloosde moestuinen, kapotte computers, TV’s, radio’s en fietsen geen gebrek en kunnen heel veel mensen aan zichzelf werken door simpelweg te klussen. Dingen repareren en gaandeweg niet alleen jezelf maar ook anderen op weg helpen. Gigantische boost voor het zelfvertrouwen en het gevoel dat je een bijdrage levert aan de maatschappij. Maakt de afstand naar een potentiële werkplek veel kleiner en dat is een belangrijke stap naar verdere zelfredzaamheid. Naast jullie stichting wil ik ook graag Mark Graveleyn noemen, oprichter van het bedrijf Propects@Work. Letterlijk vertaald: zicht op werk. Ook zijn bedrijf heeft aan opdrachtgevers en meewerkende jobcoaches geen gebrek en ook hij heeft een almaar groeiend netwerk. Want daar draait het uiteindelijk om, gewoon door mensen, voor mensen die alleen een duw in de goede richting nodig hebben en die tegelijkertijd werk verzetten waar behoefte aan is. Overigens is het geen toeval dat ik hier twee organisaties noem die het zonder subsidie doen. Hulde en petje af.”

“Midpoint Brabant moet meer body krijgen, een smoel krijgen, dan krijgt het een vliegwiel-effect. Met Brainport in de regio Eindhoven, is dat uiteindelijk ook gelukt, terwijl iedereen zich afvroeg wat dat moest worden. Ken jij een haven die gebouwd is van hersenen? Ik niet! Gelukkig wordt met Midpoint Brabant steeds harder aan de weg getimmerd om onze regio, de naaste buur van Brainport, de slimste regio ter wereld, te versterken. Dát is wat Midden Brabant, regio van Social Innovation nodig heeft, gedreven mensen die weten wat er speelt en die onze regio zien als onderdeel van een groter geheel. Weten waar de knelpunten liggen, netwerken uitbouwen met ondernemers en onderwijsinstellingen en telkens weer de lokale, provinciale, landelijke en zelfs Europese overheid ervan doordringen dat onze regio wérkt. En faciliteer bedrijven die er al zijn, in plaats van ze dwars te zitten met vergunningen. Niet zeggen “Het kan niet”, maar “Kijken hoe het wel kan” en niet steeds nieuwe beren op de weg gooien. Dat geldt trouwens niet alleen voor bedrijven, maar ook voor mensen. Zit ze niet steeds dwars. Tilburg moet meer als regio denken en werkgelegenheid hier naartoe halen. We denken vaak te klein. Het verzorgingsgebied Tilburg is veel groter dan alleen de stad.”

“De crisis is ergens ook wel goed nieuws. We zitten in een economische transitie, waarin mensen genoegen zullen moeten nemen met minder en weer meer zelf doen en ze kunnen het meestal nog beter ook. De overheid is geheel uit de hand gelopen. Niemand keek om naar de zorgrekening toen de zorgverzekering alles dekte, maar nu gaan mensen hun rekeningen weer controleren en zich afvragen waarom ze zoveel betalen voor allerlei medische handelingen. Dat is juist goed. Iedereen moet ‘back to basics’. Gewoon had werken voor die euro en je goed afvragen waar je die aan uitgeeft en of dat wel de moeite waard is. Want zijn we nou echt gelukkiger geworden toen het niet uitmaakte waar het geld aan op ging?”

“Ik heb een passie voor Tilburg en ik zou zo graag willen dat er meer mensen zijn met die passie, die ervan wakker liggen omdat ze willen dat het goed gaat met Tilburg.”

Mobiele versie afsluiten