Site pictogram Tilburgers.nl

Nieuwe behandelmethode Neurofeedback: Pavlov voor mensen

Asbak-Brein-Tafel-Neurofeedback
Zwartjes: “Hoe het werkt: je stelt het brein bloot aan bepaalde prikkels  en beloont het brein als het in de goede stand gaat staan.”

Sinds enige tijd heb ik last van een ietwat te actief brein. Dat me de nodige inspiratie oplevert, maar ook kopzorgen. Onlangs besloot ik toch maar eens op dat probleem te googelen en kwam op een website terecht die claimde een remedie te hebben. Neurofeedback heet die behandeling, die inmiddels op meerdere plaatsen in Nederland wordt gepraktiseerd, maar slechts gedeeltelijk door de ziekenfondsen gedekt wordt. Een interview met de psychiater dr. Ger Zwartjes en psycholoog Tim Smits van het Tilburgse TilburgMentaal.

– Wat is Neurofeedback precies?

Zwartjes: Neurofeedback is een behandeling om bij neurobiologische klachten/stoornissen, zoals ADHD het brein gericht te trainen om weer flexibel te worden. Hoe het werkt: je stelt het brein bloot aan bepaalde prikkels (bijvoorbeeld een videofilm of muziek) en beloont het brein als het in de goede stand gaat staan. Dit doe je in zo’n 30 trainingen. Uit onderzoek komt naar voren dat het brein dat ook op langere duur vast gaat houden. Dit heet conditionering ofwel het Pavlov-effect.
Vooraf brengen we het brein in kaart aan de hand van een uitgebreide hersenfilm en zien waar de verschillen ten opzichte van de gezonde normgroep zitten.

– Over wat voor afwijkingen spreken we dan?

Zwartjes: Dan spreken we eigenlijk over waar het brein te trage of juist te snelle hersenactiviteit aanmaakt.

– Dus je kunt er slimmer van worden?

Smits : Nee, niet slimmer. Maar wat je wel kan zeggen, is dat het brein er effectiever door gaat werken, dat alle programma’s die in het brein zijn opgeslagen er beter door gaan werken. Het wordt heel veel toegepast bij mensen met ADHD. Doordat hun concentratie en geheugenproces niet goed werkt, komen ze qua opleiding vaak maar tot MAVO, terwijl ze met hun intelligentie tot HAVO of zelfs atheneum zouden kunnen komen. Er zit meer in dan er uit komt doordat bepaalde delen van het brein niet goed werken.
Een voorbeeld: mensen met ADHD. Eerst doen we een psychologisch onderzoek en dan een Q-EEG-onderzoek: een soort van hartfilmpje, maar dan voor het brein. Dat vergelijken we met een grote database, waarin data opgeslagen ligt van het brein van ‘normale’ mensen en mensen met stoornissen. Zo zien we afwijkingen en weten zo waar we moeten gaan werken met neurofeedback. Maar je haalt er niets uit wat er niet in zit.

– Je haalt dus de ruis uit de opname?

Smits: Soms geen ruis, als het brein te traag werkt. Dan zit er weinig tot geen ruis.
Even in de praktijk. Na het Q-EEG-onderzoek bekijken we zorgvuldig de informatie die de scan heeft opgeleverd. We stellen dan de software in precies op de plaats waar we de ‘fouten’ hebben gemeten. En dan laten we de patiënt naar een filmpje kijken en de software kijkt hoe het brein reageert. Op het moment dat deze activiteit ziet die we niet willen zien, dan wordt de film gestopt door de software, krijgt het brein even niets te zien. Dat doe je heel vaak. En ook doe je dat opbouwend. Als iemand bijvoorbeeld tachtig procent van de tijd blijft onder de drempel die ik gesteld heb in mijn (behandel)-programma, dan zeggen we, oh, dan maken we het moeilijker, gaan we het naar beneden drukken. Als dat weer een tijdje goed gaat, 75, 80 procent van de tijd, dan gaan we het nog moeilijker maken. Dus je leert het brein stapsgewijs steeds meer om in de goede stand te gaan staan.

– Dus, even associërend, is het vergelijkbaar met de methode die een hond een halsband omdoet en die stroomstootjes geeft op het moment dat hij blaft. Doel: de hond het blaffen afleren.

Zwartjes: Nou, je zet de patiënt niet onder stroom, maar je geeft een koekje als beloning als ie het goed doet en onthoudt hem dat koekje als ie het verkeerd doet.
Smits: Het is het Pavlov-effect voor mensen. En het is een onbewuste training. Mensen zullen zich uiteindelijk niet realiseren dat ze het goed doen, maar het gewoon goed blijven doen.
Maar het is allemaal terug te draaien. Heel af en toe komt het voor, in het geval van kunstenaars, dat ze heel associatief kunnen denken. Dat wordt een beetje lastiger gemaakt door deze ingreep. Maar niet weggehaald. Gedachten en inspiratie zul je nog steeds kunnen oproepen. Maar het komt niet meer zo maar op elk moment van de dag tot je. Je hebt er niet meer de hele dag last van. Maar je kunt het wel in de oude toestand herstellen. Juist door dan andersom te trainen.
Zwartjes: En je hebt het zo weer onder de knie. Het is als stoppen met fietsen, omdat dat je problemen opleverde. Dat kun je tien jaar niet doen, maar als je dan weer op je fiets stapt, fiets je zo weer weg.

– Men noemt het wetenschap, maar wéét u wat u doet?

Smits: Neurofeedback is goed onderzocht, met name in geval van ADHD. We weten nog heel veel dingen niet. Maar ook veel wel. Bijvoorbeeld dat deze behandelmethode werkt voor 70, 80 procent van de mensen. Goed onderzoek is er nu over drie, vier jaar, vanuit de universiteiten. En case-studies, dus een patiënt over langere tijd volgen, is er al meer dan dertig jaar.

Zwartjes: Dat het niet vergoed wordt door het ziekenfonds, komt doordat het beste wetenschappelijk onderzoek, met de hoogste bewijskracht nog niet gedaan is. De bewijskracht moet maximaal zijn, dus zo’n tien, twintig grote onderzoeken, die dan in een meta-onderzoek geanalyseerd worden: het moeten dan vergelijkingen zijn tussen echte en placebo-onderzoeken. Dat kost nog een jaartje of tien. Daarbij, als deze behandeling bekender wordt en aanslaat bij veel mensen, gaan de ziekenfondsen onderling concurreren en wordt het dus beter betaalbaar.

– En wat als je wel last hebt van die klachten, maar medicijnen slikt of er gewoon niks aan doet?

Zwartjes: Het nadeel van niks-doen is dat de problemen stress-hormonen oproepen, die de organen in het lichaam kunnen beschadigen. Je kunt het dan behandelen met medicijnen, maar die hebben bijwerkingen die niet wenselijk zijn. Neurofeedback is eigenlijk het veiligst. Die heeft namelijk geen bijwerkingen.
Je kunt bijvoorbeeld van medicijnen depressief worden, maar van Neurofeedback krijg je dat niet.
Training is het woord dat het goed omschrijft: je hebt bijvoorbeeld mensen die zeggen dat ze hun talenten niet ontwikkeld krijgen. Talent ook bedoeld als in je relatie en op je werk functioneren enzovoort. Dat kan ook verbeteren met Neurofeedback.

– U beweert ook autisme te kunnen behandelen.

Smits: Het autistisch brein is inmiddels ook vrij goed in kaart gebracht. Bij ADHD bijvoorbeeld functioneert het achterliggend gebied (in het achterste deel) van het hoofd het beste. Bij autisme is dat andersom, daar functioneert dat achterhoofd het minst goed. En daar zitten bijvoorbeeld de sociale hersenen. Dat zal nooit goed gaan functioneren. Ook niet bij overcompensatie van de andere hersendelen. Neurofeedback kan daar helpen. Autisme is vooral een contact-stoornis.
Het is een behandeling, het woord genezen wil ik niet in de mond nemen, een ADHD-brein blijft altijd een ADHD-brein. Maar het is dan wel een ADHD-brein waar je geen last meer van hebt.

Mobiele versie afsluiten