maandag 15 april 2024

2 gedachten over “Onafhankelijke lokale media zijn nog steeds belangrijk

  1. Mediafondsen horen bij persvrijheid en een pluriforme pers: landelijk zijn er een aantal actief, waaruit ‘zelfs’ De Telegraaf steun ontvangt. De geschiedenis van die fondsen gaat terug tot de bezettingstijd toen verzetskranten als Het Parool een grote rol speelden in het weer op de rit krijgen van de samenleving.

    Lokale media, waaronder wijkkranten zijn NU nodig in een hedendaagse vorm van verzet: als weerwoord om met positieve krachten (en dito positieve rolmodellen uit de wijk aan het woord latend) de wijksamenleving te versterken. Dat heeft niet louter te maken met het veiliger maken van de samenleving. Belangrijker nog is dat papieren wijkkranten en digitale varianten daarop een grote rol kunnen spelen in sociale stijging.

    Niet voor niets gaan steeds meer re-integratietrajecten en sollicitatietrainingen uit van interviewtrainingen. Als reactie op een steeds repressiever wordend maatschappelijk systeem, waarin bijvoorbeeld bij de sociale dienst cliënten bovenal worden gekleineerd tot de verhoorrol (ook door tijdsdruk) van louter vragen moeten beantwoorden, is het een versterking van persoonlijke integriteit en dito zelfkracht om eindelijk ook zélf vragen te mogen stellen. Vragen mogen stellen duidt op maatschappelijke groei en betrokkenheid, ook in je eigen wijk. Daarom kies ik vanuit de nadrukkelijke invalshoek van participerende journalistiek ook dikwijls voor een rol als interviewer, waarbij ik ook geïnterviewden actief in het (mede)interviewen betrek. Wijkkranten zijn podium en wijkagenda tegelijkertijd en geven wijkbewoners hun zelftrots terug:zéker van belang in impulswijken.

    In twee daarvan, Groenewoud en Tilburg West bestaan sinds geruime tijd geen wijkkranten meer: vooral door een gebrek aan adverteerders. Dit heeft er alles mee te maken dat het financieren van wijkkranten in de verschillende wijken niet meer tot het domein van ContourDeTwern behoort: de functie opbouwwerk (nu sociaal werk) is te duur om wijkkrantredacties te begeleiden; bovendien draagt die constructie niet bij aan de zelfstandigheid en daarmee onafhankelijkheid van wijkkranten. Juist die onafhankelijkheid, met wijkkranten als startmotor is een sterk vertrekpunt om de samenwerking tussen wijkgroepen te bevorderen. Te idealistisch gesteld?? De situatie in Amsterdam West bewijst de kracht van het Lokaal Mediafonds aldaar, ook op basis van zogeheten inspiratieteams van bewoners, wijkvrijwilligers én ondernemers.

    Ondernemers zijn niet alleen verkopers van producten, maar wonen ook vaak in de wijk en willen graag de wijksamenleving helpen versterken, zoals boodschappentraining en kookles geven aan mensen met een verstandelijke beperking. Daarom is het een goede gedachte een strategische alliantie tot stand te brengen tussen het detailhandelsfonds zoals Tilburg dat kent en een te verwezenlijken Lokaal Mediafonds, liefst met een pilot in Tilburg West en Groenewoud. Dat heb ik ook naar voren gebracht tijdens de burgerinspraakronde rondom de behandeling van de Perspectiefnota in september, en dit vervolgens ingebracht bij de PvdA-fractie, wat tot een amendement over de verwezenlijking van een LMF heeft geleid. Wethouder Marcelle Hendrickx is er ondertussen ook mee aan de slag: hopelijk inderdaad met het motto: wijkkranten in balans voor wijken in balans.

    Want typisch dat in Tilburg West de rellerige sfeer rond het Westerpark precies weer oplaaide op het moment dat er na vier jaar geen wijkkrant meer bestond:iets dat ook de wijkraad zich moet aantrekken, die de stekker eruit trok door de bezuinigingen rond Verrijk je Wijk. Door die bezuinigingen is Verrijk je Wijk gedegradeerd tot activiteitenfonds. Een LMF zet ook wijkcommunicatie weer op de agenda, door vervolgens met aldus sterk samenwerkende stedelijke wijkranten ook een sterke advertentie-acquisitie op poten te kunnen zetten. Tot slot: met de kracht van een LMF laten wijken zien hoe zij hun USP (Unique Selling Point) weer kunnen herformuleren: met wijkbewoners, ook actief in kleinere organisaties in de hoofdrol.

  2. Allereerst moet geconstateerd worden dat er bij het onderzoek maar weinig is gereageerd door onze politieke vertegenwoordigers. Ongeveer 10% over het geheel! Het mag geen wonder heten dat de meesten van de respondenten voor zo’n medium zijn, anders hadden ze met grote waarschijnlijkheid niet gereageerd. Meer ambivalent zijn de respondenten over de volle breedte ten aanzien van het financieren van een dergelijk medium. Betalen betekent haast automatisch in hun ogen onafhankelijkheid verliezen t.o.v. de financier.

    Ontzettend merkwaardig van deze mensen, omdat veel van hun eigen activiteiten per definitie ook door anderen worden gefinancierd en daarmee verklaren ze zichzelf toch ook niet per definitie partijdig. Niet t.o.v. het Rijk en zeker niet t.o.v. de belastingbetaler. In hun eigen “organen” kunnen ze van leer trekken en ook daarvan weten we dat deze deels betaald worden uit fractievergoedingen en andere directe en indirecte vergoedingen vanuit hogerhand! Dus deze puriteinse houding is net zo sterk als een muur zonder fundament! Onze volksvertegenwoordigers weten overigens zelf ook wel beter, want als er iemand transparant moet zijn dan zijn zij dat wel. Zij zijn er dan ook verantwoordelijk voor dat met de burgers open en helder wordt gecommuniceerd. Dat kunnen ze doen via de eigen, doorgaans erg dure, communicatieafdelingen/functionarissen of door een of meer externe media financieel te faciliteren. Een soort externe communicatieafdeling! En deze is dan net zo onafhankelijk als de eigen gemeentelijke communicatieafdeling!?

    Natuurlijk weten we allemaal dat het handig kan zijn bepaalde informatie op een bepaalde manier te brengen. Is daarmee de onafhankelijkheid dan verloren? Niet altijd. Zonder te jokken kan een communicatieprofessional aardig met de feiten spelen. Iets bijvoorbeeld weglaten of juist toevoegen kan zaken neutraliseren. De praktijk leert evenwel dat juist de interne communicatieafdelingen in regie werken en daarmee soms over de schreef gaan. Onder het motto ” wiens brood men eet, diens woord men spreekt” is het ook moeilijke je onafhankelijkheid te bewaren.

    Als professional moet je dan stevig in je schoenen staan om menig conflikt te kunnen pareren. Zeker in het huidige dualistische systeem, waarin toch al veel Colleges van B&W denken boven de wereld te staan. Ook raadsleden, zeker buiten de coalitie, hebben hier last van en fulmineren haast aldoor dat de communicatie met de burgers, lees henzelf, beter moet. Gevolg een vragenlawine en detailzucht! Dit alles goed overziende zou de democratie ermee gediend zijn dat “onafhankelijke communicatie” een soort “burgergarantie” gaat inhouden. Extern gepositioneerd en gefinancierd vanuit een verplichte gemeentelijke taakstelling.

    Met andere woorden een beetje minder “intern” en een beetje meer “extern”. De gemeentelijke durf om de eigen kritiek te organiseren. Het is geen panacee voor al het communicatieve ongemak, maar wel het bewijs voor communicatieve integriteit! Wordt vervolgd na het rapport!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *