Site pictogram Tilburgers.nl

Paul van Kemenade: “Creativiteit laat zich nooit inbinden”

altoist-Paul-Van-Kemenade-at-the-North-Sea-Jazz-2011.jpg
Paul van Kemenade – Concert bij het North Sea Jazz-festival in 2011

We treffen Paul van Kemenade in zijn gezellige kantoor vlakbij de Tilburgse binnenstad. “Ik moet snel nog even iets afmaken, dat vind je niet erg hè?” En even later, aan de koffie: “Een interview over cultuur? Ik zal me wel een beetje inhouden en dan!”

“Op mijn 13de kwam ik bij de harmonie en eigenlijk wilde ik trompet spelen. Maar er was alleen nog een saxofoon vrij en dus kreeg ik die. Vanaf toen wist ik dat ik dat wilde. In 1974 ging ik naar het conservatorium en sindsdien heb ik naam gemaakt als alt-saxofonist, componist en organisator. Mijn ouders hebben me altijd ondersteund en daar ben ik ze dankbaar voor, eind jaren ‘60 begin ‘70 lag dat zeker niet voor de hand. Ik heb echt geluk gehad dat ik een naam heb kunnen ontwikkelen. Voor jonge mensen die nu beginnen is het echt huilen met de pet op. Stel je voor dat je het leuk vindt om jazz te spelen en je moet bij Jan Smit gaan spelen om aan de kost te komen. Om het vak te leren is daar niets mis mee, maar om dat dan altijd als jazzmuzikant te blijven moeten doen lijkt me verschrikkelijk.

“In de tijd dat ik begon, halverwege de jaren ‘70, had je zo’n 200 à 300 plekken in Nederland waar je jazz kon spelen. Veel daarvan waren vrijwilligersorganisaties, clubs die een bijdrage van de overheid nodig hadden om deels te kunnen programmeren. Heel veel daarvan is tegenwoordig weg bezuinigd en de bureaucratie is nu enorm. Je moet zomaar ‘tig formulieren invullen om iets te organiseren, daar hebben die vrijwilligers geen trek meer in, de lust is ze geheel ontnomen. In mijn tijd was het nog veel eenvoudiger, maar nu steekt niemand zijn nek nog uit. Er zijn nu nog maar 10 à 20 serieuze clubs over.”

“Neem nu bijvoorbeeld de stichting Jazz Impuls. Zij stelden een pakket samen van jazz-artiesten en -groepen om dat bij schouwburgen aan te bieden, ook op plekken waar niet veel jazz-minded publiek was, zodat mensen nieuwsgierig gemaakt werden en toch kwamen kijken. Die organisatie heeft noodgedwongen moeten stoppen omdat er geen subsidie meer voor was.”

“In de landen direct om ons heen is veel meer animo voor jazz, en worden de kunsten in het algemeen ook meer vanuit de overheid ondersteunt, maar hier niet. Waar moet je onder andere jazz in Nederland zoeken? Met een vergrootglas, want er is ook totaal geen ondersteuning vanuit de media. Ik wijd die laksheid ook deels aan de programmeurs, maar ja , zij worden afgerekend op het aantal bezoekers, dus die hut moet vol, terwijl het de taak is van een programmateur om álle soorten muziek onder de aandacht van mensen te brengen. Laatst heb ik in Zwitserland en Italië gespeeld, daar kan het dus wel. zoals overigens in veel meer landen. Mensen nemen daar wel de moeite, zijn veel nieuwsgieriger, en steken er graag energie in. Ook jonge mensen, dat merk ik ook aan het aantal bezoekers die ik dan op mijn website krijg, veel meer dan wanneer ik in Nederland speel. Hier zie je een vergrijzing van het publiek. Jazz-muziek die niet zo bekend is slaat best aan, maar mensen komen er niet mee in aanraking. Ze moeten ’t wel ergens via de media te horen en te zien krijgen.”

“Commerciële muziek kan wel zichzelf bedruipen, maar dan gaat ‘t dus over commercie, dat kun je niet vergelijken. Juist deze muziek wordt volop gevoed door de media. Dat kun je niet als voorbeeld nemen voor andere muziekdisciplines. Of heeft iets alleen bestaansrecht als er veel mensen naar luisteren of op af komen? Er is best veel animo voor andersoortige muziek, maar je moet die doelgroep zien te bereiken. Als jazz net zoveel op de radio te horen was als bijvoorbeeld het levenslied, zou het er heel anders uit zien.

“Het ‘Stranger than Paranoia’-festival organiseer ik nu 20 jaar, het is een concept dat goed werkt. Het is een festival met jazz en geïmproviseerde muziek waar zowel bekende als onbekende musici optreden, met de wat minder toegankelijke muzieksoort naast de juist wat meer toegankelijke muziek, zodat het publiek nieuwe groepen en andere muziek leert kennen. Oorspronkelijk organiseerde ik Paranoia alleen in Paradox, maar sinds twee jaar hebben we het uitgebreid naar o.a. 013 en de Concertzaal en dit jaar in Breda en Den Bosch. En overal uitverkochte zalen, allemaal vol! Dat is een gunstige ontwikkeling. En dat terwijl het juist in Breda lastig is om daar publiek voor te krijgen. De Stichting Beaux Jazz doet daar goed werk. Heel vaak hoor ik van mensen: “Naar mate ik meer naar jazzmuziek luister, krijg ik meer waardering voor die muziek.”

“Vroeger, een jaar of 10 geleden, gaf ik vijf workshops in den lande. Sinds kort ook weer in Paradox en die zitten altijd vol. Dus animo is er wel.

“In Nederland neemt het ‘theater van de lach’ absurde vormen aan. Het gaat alleen nog maar over hersenloze leukdoenerij , als je haar maar goed zit. Het publiek, de mensen willen vermaakt worden zonder er bij na te denken want daar krijgen we alleen maar hoofdpijn van. En het mag vooral geen moeite kosten. Het Nederlandse publiek is gemakzuchtig, allemaal murw gebeukt door de inhoudsloze bak kots die we dagelijks via de media door de strot geduwd krijgen en veel van ons als makke, lamgeslagen schapen met een magnetronmaaltijd voor de TV op de bank naar een kastje zit te staren, terwijl je voor muziek, theater, dans en allerlei andere kunstdisciplines die net even wat anders zijn en die juist erg mooi kunnen zijn maar ja, in het begin wel even wat moeite moet doen. Ik bedoel, je kunt toch iets mooi vinden zonder er direct verstand van te hebben, hoor.”

“Waar ik me echt heel erg aan stoor, zijn de mensen, vooral bij de overheid en de politiek, die kunstenaars wegzetten als zakkenvullers. Neem nou de zorg; de zorg zal ook nooit geld opleveren maar alleen geld kosten. Is toch normaal? We leven niet voor niets in een sociale en democratische samenleving waar we voor elkaar zorgen en allemaal belasting betalen. Wat is er zonder subsidie opgebouwd? Er zijn zovele vormen van subsidiëring  huursubsidie, landbouwsubsidie, subsidie voor duurzame energie en ga maar door. Het is te kort door de bocht. De overheid is ermee begonnen om cultuur en kunst weg te zetten als linkse hobby’s. Maar hoe kun je als kunstenaar nou met het bedrijfsleven in zee gaan, als je eerst door diezelfde overheid als zakkenvuller wordt weggezet?”

“Nu het crisis is, zijn we dus eerst als zakkenvullers weggezet, vervolgens is alle cultuur uitgekleed en moeten we naar het bedrijfsleven. Die willen wel, maar die bedrijven hebben zelf ook steeds minder te makken. Ken je die uitzending van Pauw & Witteman, met Mark Rutte en Theo Maassen? Mark Rutte wilde niet met Freek de Jonge aan tafel. Wel met Gerard Joling en Jan Smit want zij zijn volgens Rutte de toekomst en Freek de Jonge zou volgens hem iemand van gisteren zijn!! zo’n clown moet dan dit land uit de stront trekken. Wacht, ik laat het je horen.”

“Op TV is het tegenwoordig een hype om zingende BN-ers te laten presenteren, het is één grote incestfamilie, te zot voor woorden. Als je zingt, mag je presenteren. Een programma als ‘Sterren springen van de brug’, dat lijkt me wel wat…. hahaha! Niemand doet meer moeite. Het gaat alleen maar over kijkcijfers. Ik vind het echt heel erg. De programmering bij de commerciële omroepen glijdt helaas steeds verder af.”

“Heeft kunst en cultuur dan geen bestaansrecht meer? De tendens is de laatste tijd al wel weer iets beter, maar in de praktijk is er nog bar weinig van te merken. De media ondersteunen alleen datgene wat veel kijkcijfers trekt. Dat moet iedereen natuurlijk zelf weten, maar als dit de enige vorm van entertainment is en al het andere niet te zien is, wordt het wel heel lastig. Ondersteuning vanuit de media is nodig. Ik ben al keer op keer benaderd om concerten via de publieke radio te laten uitzenden, als promotie voor mij, voor niets! Iedereen verdient eraan, tot en met de kabelsjouwer aan toe en zij vullen lekker hun zendtijd en de muzikant krijgt niets. Ik bedank ervoor, bij mij komen ze nu ook niet meer.”

“Ik erger me daar dood aan. Het zijn mensen achter een tafel, die ver van de praktijk staan en met dat soort ideeën komen en in de tussentijd hun eigen baantje behouden. Deze mensen ontvangen dan ook nog 70% van het budget waarvan zij zelf moeten bedenken hoe de rest, de 30% die overblijft, moet worden uitgegeven. Ik ken een al wat oudere jazzmuzikant, zijn naam noem ik niet, die zijn hele leven succesvol is geweest in de muziek. Die krijgt dan een jonge ambtenaar tegenover zich, die nog geen trombone van een olifant onderscheiden kan, en die zegt: “Het probleem met uw muziek, meneer, uw muziek lijkt allemaal op elkaar.” Hoe is het mogelijk! En juist die gasten krijgen steeds meer vaste voet aan de grond.

“Nou voel ik mezelf niet zo’n groot musicus hoor, maar je denkt toch niet dat mensen als Han Bennink of Archie Shepp gratis op de radio komen spelen? Die mensen hebben dat helemaal niet nodig. Als we daaraan zouden toegeven, is dat een vrijbrief voor jongere muzikanten, die daardoor haast gedwongen worden om dat dan ook te gaan doen. In het begin van je loopbaan is daar eventjes niets mis mee maar zoiets moet zeker niet te lang gaan duren. Dan ben je dus een hele dag in de weer om een half uur radio te vullen. Nou, die promotie hoef ik niet. Het is de wereld op z’n kop.”

“Zo is er ooit door een publieke radiozender voorgesteld dat moeilijkere muziek voortaan alleen nog na 23.00 uur ‘s avonds mocht worden uitgezonden. Die heeft een heropvoeding nodig! Wie bepaalt er wat moeilijkere muziek is? Hoe halen ze het in hun hoofd om te gaan bepalen wanneer zoiets uitgezonden mag worden? Dit zijn Kultuurkamer-praktijken uit de Tweede Wereldoorlog! Zo wordt alles gereguleerd door mensen die het achter een tafel gaan zitten bedenken. Vroeger werd er vanuit de Verenigde Staten en veel landen om ons heen met respect naar het Nederlandse cultuurbeleid gekeken, maar ook daar zien ze dat het hele cultuurbeleid hier nu helemaal afbrokkelt.”

“We moeten weer helemaal terug naar af. Jazz-clubs moeten alleen jazz programmeren en alle ballast en uitwijkingen schrappen. Terug naar af is het proberen waard. En het is een goede zaak om ook met bedrijven in zee te gaan. Je moet je mogelijkheden uitbreiden en niet alleen op subsidie drijven. Ik heb ook geen moeite met sponsoring, een banner van een sponsor, of je product koppelen aan een sponsor, niks mis mee, een sponsor die zijn naam geeft aan een zaal zoals bij het North Sea Jazz festival, allemaal prima.

“Maar ik bestrijd dat sommige disciplines zelf-bedruipend kunnen zijn. Het gaat ook om gunnen. Het moet mogen om subsidie nodig te hebben. Maar het is nu net alsof jazz of alle andersoortige kunst en cultuur geen bestaansrecht mogen hebben. Op deze manier negeert die overheid wel hele bevolkingsgroepen die niks op hebben met Gerard Joling maar wel met andere vormen van kunst en cultuur en ook belasting betalen. Daar zet je kwaad bloed mee.”

Tot slot heeft Paul een heel belangrijke tip voor jonge muzikanten: “Blijf je ding doen en laat je niet gek maken. Je moet je droom altijd naleven. Creativiteit laat zich nooit inbinden. Door niets of niemand.”

Visies uit de stadhet-jaar-013_blauw_rood_RGB

Dit is het zevende interview in een reeks van 13 over visies uit de stad, over de stad. Volgende week: Leon Vermeulen over armoede.

Eerder verschenen:

  1. Frank Reestman: “Het Postkantoor is een sociale factor in een wijk”
  2. Niek van den Broek: “Als iets in Tilburg lukt, lukt het overal!”
  3. Luuk Koelman: “Echt nieuws gaat over duiding van het nieuws”
  4. Frank van Boxtel over Regiotaxi: “Welkom bij de fraudeurs met honkbalknuppels!”
  5. Gerard Otten: “Tilburg is onvoorspelbaar mooi!”
  6. Rob Keijzer, projectontwikkelaar: “De crisis heeft mijn beroep totaal veranderd”

Mobiele versie afsluiten