Site pictogram Tilburgers.nl

Ton Wilthagen: “Een bedrijf is geen banen-pinautomaat”

Ton Wilthagen

Op de vierde verdieping van het het Simon-gebouw van de Universiteit van Tilburg ontmoeten we Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarktbeleid en arbeidssocioloog. Daarnaast is hij directeur van onderzoeksinstituut ‘ReflecT’, dat onderzoekt in hoeverre mensen flexibel kunnen en willen werken. Ton: “Er zit een spanning tussen flexwerken en de behoefte van mensen aan zekerheid. We willen weten wat het gevolg van flexwerken is voor de samenleving en de economie.” Ton zit ook in de vakgroep ‘Sociaal recht en sociale politiek’. Hij geeft regelmatig advies aan de gemeente Tilburg, Midpoint Brabant en Brainport Eindhoven, de Europese Commissie en commissies van de SER (Sociaal Economische Raad). Hij is geboren in Tilburg en werkt sinds 2002 aan de Universiteit van Tilburg.

Ton legt uit: “Het is mijn doel om visies te ontwikkelen, zowel voor de lokale als de Europese arbeidsmarkt. Daarbij is de combinatie van economie, sociologie en rechten een voordeel om oog te hebben voor alle facetten en niet alleen vanuit één specifiek vakgebied. Ik zoek innovaties op, ideeën en concepten. Allemaal gebaseerd op onderzoek. Op onze universiteit en in de stad noemen we dat tegenwoordig ‘social innovation’.”

“De laatste vijf jaar werk ik veel in de regio. Europa gaat uiteindelijk de Verenigde Staten van Europa worden en zal steeds meer kaders gaan stellen. Maar ook op lokaal niveau verandert er veel, er zijn veel innovaties en er is veel energie. In Tilburg wordt gesproken over de ‘enabling region’: de regio die mensen en bedrijven ondersteunt en faciliteert op alle vlakken. Op landelijk niveau gebeurt er tegenwoordig naar verhouding weinig. De regio is een bijzonder niveau dat niet in de Grondwet staat als bestuursniveau, zoals provincies en gemeenten. Vroeger kenden we alleen VVV-regio’s. Nu ook arbeidsmarktregio’s. De toekomst is het Europa van de Regio’s, waarbij de grenzen van die regio’s niet moeten willen definiëren, daar moet je niet te strikt mee omgaan.”

“De toekomst van Tilburg ligt in de samenwerking met Vlaanderen, zoals de regio Leuven en vooral de regio Eindhoven. Maar die samenwerking kan nog beter en productiever. Tilburg heeft soms de neiging de strijd aan te gaan met Eindhoven, terwijl juist de samenwerking met Eindhoven absoluut noodzakelijk is, deze twee steden moeten een tandem vormen en heel Brabant meetrekken. Concurrentiedenken is onzinnig, elke stad heeft sterke kanten die de ander niet heeft. Bijvoorbeeld: Eindhoven heeft de kennis om motoren van vrachtwagens te innoveren en te verbeteren. Daar zouden de logistieke bedrijven in Tilburg gebruik van moeten maken. Maar met Tilburgse kennis kunnen je het logistieke proces verbeteren. Eindhoven maakt het en Tilburg zorgt dat het werkt en dat ermee wordt gewerkt. In die gezamenlijke innovatie zouden de burgemeesters van beide steden het voortouw in moeten nemen. Ook Eindhoven heeft behoefte aan social innovation.”

Helaas heeft Tilburg nog te vaak last van een Calimero-complex, terwijl het ongeveer even groot is als Eindhoven, en staat Eindhoven juist sterk in de markt met bekende merken, zoals Philips Medical Systems, VDL en DAF. Ook de universiteiten van Tilburg en Eindhoven zouden samen moeten gaan. Een Brainport University. ‘Brainport Eindhoven’ is het sterkste merk van Brabant. Aan de andere kant heeft Tilburg veel meer te bieden op het gebied van evenementen, maar Tilburg moet altijd vechten voor de erkenning. Beide steden zijn echte werksteden en lijken op elkaar, maar Tilburg krijgt niks voor niks.”

“Dit heeft ook wel te maken met de grote groep laag opgeleiden, vanuit het verleden in de textielindustrie. Dit heeft zeker zijn invloed op de mentaliteit van mensen. Maar Tilburgse mensen willen heel graag werken en weten van aanpakken. Eindhoven heeft nou eenmaal meer geluk gehad met de vestiging van hoogwaardige bedrijven. Philips is een netwerkbedrijf geworden. Bijvoorbeeld ASML, dat is ook een nazaat van Philips en heeft in die zin nog oude familiebanden met Philips. Tilburg heeft dat soort grote familiebedrijven niet meer. Interpolis kon een grotere rol spelen in de stad toen het zelfstandig was. Sinds Interpolis door Achmea is overgenomen is die positie toch wat veranderd. Tilburg heeft een gebrek aan grote, aansprekende bedrijven die betrokken zijn bij de stad. Ikonen en ambassadeurs.”

“Anderzijds heeft Tilburg een sterk MKB (Midden- en Kleinbedrijf), dat is goud waard, maar dat is veel minder zichtbaar. Daarom moet je dat MKB aan elkaar smeden in een MKB United. Die bedrijven moeten samenwerken en er meer van maken dan de som der delen. Dan creëer je ook werkgelegenheid voor hoogopgeleiden. We hebben een goede universiteit, maar de mensen die hier afstuderen kunnen hier niet altijd de baan zoeken die ze willen, dus die trekken weg. Voor een hoog opgeleide werknemer is een MKB-bedrijf geen uitdaging, maar als die bedrijven samenwerken in een MKB United, kunnen ze deze mensen wel een uitdaging bieden om hier te werken. Een loopbaan dwars door verschillende bedrijven heen.”

Kort geleden lanceerde Ton Wilthagen de ‘Startersbeurs’, waarmee jongeren werkervaring kunnen opdoen in het bedrijfsleven. Hij vertelt er over: “De Startersbeurs heb ik onderweg op de fiets bedacht. Ik wilde iets verzinnen om de toenemende jeugdwerkloosheid tegen te gaan. Maar het moest iets worden dat we snel kunnen gaan doen, waarvoor je geen nieuwe wet of regelgeving nodig hebt en het mocht niet duur zijn, zodat jongeren sneller de arbeidsmarkt op kunnen. Ik heb er ook iets over gezegd in de gratis krant ‘Metro’, die door veel jongeren wordt gelezen, en daar werd positief op gereageerd. Daarna ben ik het met de jongerenvakbonden gaan uitwerken. Ik heb begrepen dat de website inmiddels overbelast is door de grote belangstelling en Lodewijk Asscher, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, heeft inmiddels €25 miljoen toegezegd om nog meer jongeren aan de Startersbeurs te laten meedoen.”

“De Startersbeurs is bedoeld om jongeren perspectief te bieden en de kans te geven een netwerk op te bouwen. Daarmee creëer je zelfvertrouwen, maar er is geen baangarantie. Natuurlijk is €500,- vergoeding per maand niet veel, maar veel jongeren wonen thuis of hebben een verdienende partner. Daarnaast mag je nog 12 uur per week bijverdienen met iets anders. En het kan ook niet anders, want een ondernemer kan het zijn personeel niet uitleggen als hij oudere werknemers moet ontslaan en aan de andere kant jongeren aanneemt tegen een hoge beloning. De €100,- per maand die hij in een opleidingspot bijdraagt voor de jongere, is nog wel te verdedigen. En we blijven de jongeren ook volgen, zodat we weten of de Startersbeurs ook werkelijk het effect heeft waarvoor het bedoeld is.”

“Een baan ontstaat omdat iemand iets kan en iemand anders iets wil, niet doordat je iemand ontslaat en vervolgens weer iemand anders aanneemt. Reshoring, het terughalen van laagbetaald werk naar Nederland, is een interessante mogelijkheid. Je moet de koek groter maken. En nieuwe economieën, zoals China, willen nu ook een pensioenstelsel net zoals we hier hebben, dus ook daar zullen de loonkosten gaan stijgen. Dus zorg dat je innoveert en gebruik hier uitkeringsgeld voor. Het is een nadeel dat mensen een afstand hebben tot de arbeidsmarkt, maar dat kun je omzetten in het voordeel van een lage loonkostenstructuur. Daardoor kun je weer concurreren, zonder dat het ten koste van de mensen hoeft te gaan.”

“Neem bijvoorbeeld het bedrijf 077-machining in Panningen. De belangrijkste klant van dit bedrijf is de Duitse auto-industrie. Het business-model van dit bedrijf is gebaseerd op het in dienst hebben van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en ze hebben de volledige metaalafdeling van de sociale werkvoorziening overgenomen. Het zet geen zoden aan de dijk om steeds met een beroep op maatschappelijke verantwoord ondernemen (MVO) één of twee mensen uit de uitkering bij een bedrijf proberen te plaatsen, want het is een illusie dat je op die manier regulier werk kunt creëren voor 500.000 mensen uit de sociale werkvoorziening en ook nog 600.000 andere werklozen aan het werk kunt krijgen.”

“Bedrijven zijn best bereid om mee te denken, maar ondernemers worden heel moe van al die mensen die op bedrijven duiken met voorstellen, dat moet je gestructureerd doen. De klacht van ondernemers is, dat er soms acht mensen voor hetzelfde langs komen, de inefficiëntie daarvan. Die ondernemers zien het verschil echt niet tussen iemand van bijvoorbeeld het UWV of Sociale Zaken. Een bedrijf is geen banen-pinautomaat. Er is een ‘business model’ nodig voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Het Tilburgse ‘Ondernemers Akkoord Midden-Brabant’ is een goed voorbeeld van hoe het wel moet, want ondernemers staan daarin centraal en gelukkig wordt de kloof tussen ambtenaren en ondernemers wel kleiner.”

“In het algemeen moet je streven naar een hogere kwaliteit en effectiviteit van je inspanningen. Niet alleen op jezelf gericht zijn. Vertrouwen uitstralen. Middelen en kansen krijg je als je aantrekkelijk bent. Tilburg is op dit moment op veel gebieden een ‘net niet’-stad, en wordt ten onrechte ondergewaardeerd – dat moet op zijn minst net-wel worden. Je moet op hoger niveau van beleid de betere dingen doen. Ik ben voor de leus: “Tilburg maakt dat het werkt”

Visies uit de stadhet-jaar-013_blauw_rood_RGB

Dit is het elfde interview in een reeks van 13 over visies uit de stad, over de stad. Volgende week: Ton Hendrikx over de kracht van mensen met een verstandelijke beperking.

Eerder verschenen:

  1. Frank Reestman: “Het Postkantoor is een sociale factor in een wijk”
  2. Niek van den Broek: “Als iets in Tilburg lukt, lukt het overal!”
  3. Luuk Koelman: “Echt nieuws gaat over duiding van het nieuws”
  4. Frank van Boxtel over Regiotaxi: “Welkom bij de fraudeurs met honkbalknuppels!”
  5. Gerard Otten: “Tilburg is onvoorspelbaar mooi!”
  6. Rob Keijzer, projectontwikkelaar: “De crisis heeft mijn beroep totaal veranderd”
  7. Paul van Kemenade: “Creativiteit laat zich nooit inbinden”
  8. Leon Vermeulen: “Ik heb er bewust voor gekozen om niet in de schuldhulpverlening te gaan”
  9. René Scherpenisse: “Niet de huur, maar de energierekening gaat de betaalbaarheid van wonen bepalen
  10. John la Haye: “Het is heerlijk om te spelen met water!”
Mobiele versie afsluiten