Site pictogram Tilburgers.nl

Troubadour Jacques Mees: “Niemand gaat het voor je doen”

Jacques-Mees--Marcel-Couwenberg
Jacques Mees. Foto: Marcel Couwenberg

Als Jacques Mees (54), Tilburgs singer-songwiter, Bob Dylan-vertolker, mij binnenlaat en mij voorgaat naar zijn woonkamer, zie ik een overvolle gang, gevuld met niet alleen een fiets, maar ook allerlei apparatuur en bagage. Gezien wat er staat te gebeuren als u dit onder ogen krijgt, is het niet verwonderlijk dat de eerste vraag is of hij al klaar is voor het grote avontuur. “Ik zie dat je je al gereed aan het maken bent voor je tour in Amerika,” zeg ik, terwijl ik mijn tas neerzet en ja zeg op een lekkere mok met Nescafé.

Jacques moet lachen, terwijl hij aan zijn shaggie trekt: “Nee, dat is normaal. Daar staat het altijd, klaar voor als ik naar een optreden moet.” En met ‘een optreden’ bedoelt Jacques dan niet zijn tiendaagse reeks shows, te beginnen in San Diego, waar hij nummers van zijn held Bob Dylan gaat afwisselen met liedjes van zijn laatstverschenen plaat ‘Thin Ice’, een cd met liedjes zoals hij ze het liefst doet: solo, slechts zang en gitaar.

Zoals hij later in het gesprek zal zeggen: “Ik heb geen zin meer in een bus vol van die kut-muzikanten, die zeuren over hoe goed of slecht ze gespeeld hebben, over hoe het publiek was of over wat er precies mis ging met dit en dat nummer. Daar heb ik echt geen geduld meer voor. Natuurlijk, als je met anderen speelt, klinkt het qua geluid best wel een stuk voller. Maar het effect dat je ermee bereikt, kun je ook bereiken met het naakte lied, alleen zang en gitaar. Je moet het niet letterlijk opvatten, maar ik zou het liefst zo naakt mogelijk op het podium staan, zonder poespas, zonder franje: een gitaar, een melodie, een tekst en een stem.”

En wat voor een stem! Net als zijn idool (dat woord mogen we toch wel gebruiken, hè Jacques?) Bob Dylan, heeft Mees een stem waar je van houdt of die je haat. Ruw, op het randje van vals en zuiver, met een ruw, haast schor, randje dat qua effectbal meteen doorgaat naar je hart en het schemergebied gevoeglijk overslaat; van het lullen over hoe zuiver het wel niet klinkt, hoe mooi hij klinkt, hoe hij net de juiste noten raakt en hoe goed de Engelse uitspraak is voor een Nederlander. Jacques Mees raakt je, net als niet alleen Dylan, maar ook andere ‘mentors’ zoals Townes Van Zandt. Op wiens site Jacques ook vermeld staat als een van de vertolkers van zijn liedjes. Jacques’ droom is het dan ook om eens in de gelegenheid te zijn te spelen op een van de jaarlijkse wakes voor de inmiddels 16 jaar dode Amerikaanse singer-songwriter. Want uitnodigingen ervoor krijgt hij vaak genoeg.

Het naakte lied inderdaad, zo zal steeds weer in het spectrum van gespreksonderwerpen terugkeren. Mees zingt namelijk liedjes die hij vanuit zichzelf schrijft. Hij leeft zich niet in in een personage, waar hij dan vervolgens het verhaal van vertelt. Het gaat over hemzelf. Wat hij voelt, wat hij meemaakt. En dat vervat in redelijk eenvoudige schema’s die je overal brengen waar hij je maar wil hebben, niet met een Rolls-Royce, niet door een doolhof van ingewikkelde akkoorden, maar gewoon op een ouwe aftandse fiets.

Niet dat het materieel dat hij gebruikt om u mee te voeren van tweede- of zelfs derde-rangskwaliteit is. Rondkijkend in zijn gezellig rommelige woonkamer ziet het nauwelijks oplettend oog zo al vijf gitaren; dure exquise gitaren, een flat-screen computer-studio en een I-Pad waarmee hij tegenwoordig de teksten van zijn te brengen liedjes mee kan lezen terwijl hij ze zingt, zodat hij ze niet hoeft te onthouden. Want: “Als ik optreed is een bril niet handig, omdat je nogal zweet zo onder die lampen en op de planken.”

Niet dat Jacques een bril nodig heeft om te (door-)zien. Of te voelen, want het spelplezier, maar ook de inleving komt, straalt uit hem zelf. Zoals gezegd, hij zingt over zichzelf. Sombere liedjes soms: Jacques zit niet voor niks in de ziektewet. Hij heeft, sinds zijn, op zichzelf al niet zonovergoten jeugd, regelmatig sombere, zelfs depressieve buien. “Ik heb bijvoorbeeld de somberte van eenzaamheid goed leren kennen toen ik, op jonge leeftijd, een tijdlang naar kostschool werd gestuurd. De combinatie met onder meer een reeks gebroken relaties, een moeilijke relatie met mijn ouders en good oldfashioned depressiviteit, maakten mijn leven er ook al niet makkelijker op. En als dat zich in mijn leven weer naar voren dringt, ga ik vaak liedjes schrijven. Niet exorbitant veel, maar het is weleens voorgekomen dat ik op een regenachtige dag in een pub in Ierland een stuk of tien liedjes achter elkaar schreef. Gewoon zoals het bij mij gaat: tekst schrijven, gitaar pakken en vijf minuten later is het liedje af.”

Zoals in het begin van dit stukje al aangegeven: Jacques Mees maakt sinds jaar en dag ook cd’s. Ik had voor ik naar zijn huis fietste, zijn cd ‘Walking the Maze’ (2012) uit de bibliotheek gehaald:”Een samenwerkingsverband met songschrijver Bert Vervoorn en opgenomen als tribute aan alle artiesten in 2000 die hij goed vindt. “Maar niet echt exemplarisch voor mijn oeuvre.”

En zijn oeuvre bevat, sinds hij in de jaren zeventig bandjes begon op te nemen in de verschillende samenstellingen van bands en solowerk en later lp’s en cd’s, nogal wat werk. Van hem, maar ook van anderen. Zoals Bob Dylan, wiens vroege werk Mees ooit op negenjarige leeftijd deed beseffen dat hij singer-songwriter wilde worden. Een held die hij nooit ontmoet heeft, maar van wiens werk hij in 2011 wel een volledige cd opnam: ‘Shooting Star’.

Met daarop overigens niet het liedje ‘Up to me.’ Een nooit officieel uitgebrachte track van een bootleg die Jacques, op mijn vraag naar zijn favoriete Dylan-song, na lang aarzelen noemt en, in de uitvoering van een andere artiest, opzet. Een liedje, dat, voor het eerst luisterend naar de tekst, twee betekenissen bij mij naar boven brengt en in Jacques: ‘Het komt op mij aan, nu’ en, veelzeggend: ‘Het ligt aan mij’. Wat volgens Jacques haast op hetzelfde neerkomt. “Je staat er in het leven uiteindelijk alleen voor en het komt op jou aan om er iets mee te doen. En dat moet nu gebeuren. Niemand gaat het voor je doen.”

Jacques zet zijn computer af en komt terug naar het zitgedeelte van de woonkamer: “Elke keer als ik dit liedje hoor, word ik weer getroost door die gedachte. Dat je het zelf moet doen.”

Als ik Jacques vervolgens vraag naar zijn favoriete eigen nummer, aarzelt hij niet: “Sneaked out of heavens door, een liedje van mijn laatste cd, over de dood van mijn vader, die ik lang niet kon verwerken.”

Zoals aangestipt heeft de singer-songwriter namelijk nooit zo’n goede band met zijn ouders gehad. Met name zijn vader, die hem toevoegde toen hij op negenjarige leeftijd aangaf dat hij een gitaar wilde, dat dat instrument er bij huize Mees niet in kwam. “Ik heb hem zelf moeten verdienen, onder meer door altijd geld te vragen bij verjaardagen en bijvoorbeeld met Sinterklaas. En”, hij zegt het een beetje bitter, “Mijn ouders gaven niets om mijn muziek, maar reageren trots als ze een CD aan de buren en vrienden konden laten zien: ‘Kijk, dat is van ons Jacques.’ Daar komt nog bij dat mijn vader, door fysieke oorzaken, niet goed kon spreken en articuleren, waardoor ik hem nooit goed heb leren kennen.”

Na diens dood echter ging Jacques op aanraden van vrienden naar een medium. “En wat ik daar heb genotuleerd! Het medium zei dat mijn vader zei: ‘Ik hou van je en ik ben zo blij dat ik dat eindelijk kan zeggen, want dat kon ik vroeger niet.’ (Met nadruk:) Ik had me alleen maar voorgesteld en gezegd wie ik wilde spreken! Het specifieke: niet kunnen praten, kon dat medium niet weten!”

‘I love you more than when you were alive/ since you spoke to me from somewhere above/ funny, I know you more than ever before/ since you sneaked out of heavens door’, zingt Jacques dan ook op zijn laatste album ‘Thin Ice’ . En het is inmiddels niet alleen zijn persoonlijke, maar ook een publieksfavoriet.

Dat hij dan ook graag speelt. Ook als het niet zo persoonlijk is. Overal in huis heb ik bandjes, DAT-tapes, CD’s en (witte en legale) LP’s liggen met materiaal dat aangevraagd kan worden. “Ik heb inmiddels zo’n 1.000 songs in mijn repertoire. En ik speel wat je wilt. Ik ben een openbare hoer. Het gaat er mij om dat niet ik alleen lekker speel, maar dat het publiek krijgt wat het wil. Daarom heb ik nooit te klagen gehad over werk.”

En misschien omdat hij het, ‘met een beetje hulp van zijn vrienden (en de Bob)’, allemaal zelf heeft gedaan, kan hij nu echt genieten van het feit dat hij, voor de tweede keer, maar nog niet eerder zo langdurig, gaat toeren in Amerika. Als ik Jacques vraag of hij in zijn turbulente leven zijn dromen allemaal waargemaakt heeft, lacht hij: “Dat gaat nu gebeuren. Deze shows. Dit is het. Nu.”

Tevreden schenkt hij nog een druivensap in en draait een sigaret. Zijn laatste single heet ‘Close your eyes.’ En dus, na dit zeer openhartige gesprek, mijn hoofd duizelend van de sappige citaten en mogelijke koppen boven dit artikel, heb ik daar nu zin in. Om naar huis te gaan, een cd van Jacques op te zetten en met mijn ogen dicht te luisteren naar mijn gevoel.

‘Heavens door.’ Maar: afkloppen.

Hieronder het favoriete nummer van Jacques Mees. Meer informatie is op zijn website te vinden.

Mobiele versie afsluiten