Extra klanten, extra ambtenaren door Participatiewet Roland Samuëls, zaterdag 6 december 2014dinsdag 9 april 2019 Grote gemeenten hebben als de Participatiewet in januari in werking treedt niet alleen behoefte aan klantmanagers, jobcoaches, noriskpolisspecialisten en extra administratief personeel, maar ook aan coördinatoren voor al deze nieuwe mensen en taken. Kleine gemeenten hebben juist behoefte aan mensen die ze slechts een beperkt aantal uren werk kunnen bieden, maar wel al deze taken moeten kunnen uitvoeren. Een duizendpoot dus. Dat concludeert onderzoeker Paul Schenderling van Berenschot nadat het model dat het bureau gemaakt heeft op verzoek van Binnenlands Bestuur voor een viertal gemeenten is ingevuld.Met de komst van de Participatiewet krijgen gemeenten nieuwe taken. Mensen met een beperking naar de arbeidsmarkt leiden en begeleiden bijvoorbeeld, of werkplekken aanpassen, loonkostensubsidie inzetten en beschut werk creëren. Voor deze taken hebben gemeenten zelf ook extra mankracht nodig. Hoeveel extra mensen er nodig zijn en welke extra taken er op die nieuwe ambtenaren afkomen, onderzocht Berenschot in opdracht van het Ondersteuningsteam Decentralisaties (OTD). Aan de hand van een model kunnen gemeenten vrij nauwkeurig bepalen hoeveel fte ze vanaf januari nodig hebben. Een andere conclusie die Schenderling trekt is dat grote gemeenten niet alleen meer mensen nodig hebben, maar er ook een extra taak bij krijgen. Uit het model blijkt dat bijvoorbeeld de gemeente Groningen volgend jaar al zo’n 300 extra ‘klanten’ krijgt. Om deze nieuwe doelgroepen te helpen zijn volgens het model zo’n 27 fte nodig (grosso modo 1 fte per 12 nieuwe uitkeringsgerechtigden), waarvan het grootste deel voor extra inzet op de inkomenstaken en een ander deel voor bemiddeling van mensen met een arbeidsbeperking bij reguliere werkgevers. Daar bovenop krijgen gemeenten als Groningen te maken met het feit dat zij binnen de arbeidsmarktregio een leidende rol gaan vervullen. En dus zal de inzet van jobcoaches en werkbegeleiders in die gemeenten gecoördineerd moeten worden. Dat vraagt in deze centrumgemeenten extra expertise die kleine gemeenten niet nodig hebben.Grote gemeenten, met grote sociale diensten, hebben een schaalvoordeel ten opzichte van kleine gemeenten, aldus Schenderling. Kleine gemeenten moeten immers alle kennis en expertise in huis hebben, al wordt daar niet of nauwelijks gebruik van gemaakt. Grote gemeenten hebben daarin een voordeel, maar dat is niet oneindig, aldus Schenderling. Bovendien hebben kleine gemeenten weer andere voordelen. ‘Daar zijn de contacten vaak informeler, ook met werkgevers. Een groot voordeel kan daarbij zijn dat het makkelijker is mensen met een arbeidsbeperking te plaatsen. Het zou dus zomaar kunnen dat in kleinere gemeenten de succesratio om mensen met een beperking te plaatsen gunstiger zijn.’ Het model van Berenschot kan door gemeenten zelf worden ingevuld en is gebaseerd op het huidige aantal Wwb’ers in een gemeente (of bij een sociale dienst). Vervolgens komt daarbij de landelijke prognose van het verwachte aantal nieuwe doelgroepen. Daarna wordt per procesonderdeel gekeken wat de te verwachten extra werklast is.Sociale diensten en gemeenteraden kunnen daarmee ‘controleren’ hoe de nieuwe taken zijn ingevuld en met hoeveel mensen. Het maakt daarbij niet uit of de taken door de gemeente zelf worden uitgevoerd, of dat er mensen ingehuurd zijn. Gemeenten kunnen op die manier bijvoorbeeld na een jaar kijken hoeveel mensen op basis van het model aangenomen zouden moeten worden en hoeveel dat er daadwerkelijk zijn.Geen gerelateerde berichten. Armoede Economie Participatiewet Politiek Werk BerenschotBinnenlands BestuurjobcoachesklantmanagersparticipatiewetPaul Schenderlingwerkbegeleiders
Minimale toetsing en zeker geen drie “keukentafel” gesprekken voor drie verschillende zorgloketten ZVW-WMO-WLZ. Wijkteams die die de menselijke maat wegen levert veel meer op dan ambtelijke regels handhaven. Het geld moet naar de bron van zorg en welzijn en niet naar het apparaat dat het toetst en verstrekt. Kleinere gemeenten zullen samen moeten werken op gebieden waar zij onmogelijk zelf de kennis van in huis kunnen hebben, zoals jeugdzorg en dementie zorg.
Het is vermoeiend om te zien dat het oude denken telkens weer wordt toegepast op de operationalisering van de participatiewet. Bakken met extra ambtenaren zijn nodig om mensen aan een baan te helpen. Letterlijk een opwaardering van de huidige bureaucratie UWV/Sociale Zaken incl. omringende te contracteren begeleiders. Het brengen van mensen naar werk viert helaas nog steeds hoogtij, terwijl het brengen van werk naar de mensen veel effectiever zal zijn. Bovendien brengt het laatste een veel betere klik tot stand met het bedrijfsleven en onze economische ontwikkeling. Werkgelegenheid ontwikkelen via de druk van de uitkeringsinspanning geeft weinig economische uitdaging. Ik krijg werkelijk medelijden met de te begeleiden werkzoekenden.